Herstelverhaal J.A

Vandaag hebben we een bijzonder interview: we spreken met J.A. die 22 jaar geleden opgenomen is geweest bij GGNet voor een periode van 9 maanden. Hij is voor het interview vandaag voor het eerst terug op die plek.

 Wie ben je?

Mijn naam is J.A., ik ben 44 jaar en woon in Twente, samen met mijn vrouw waarmee ik 15 jaar getrouwd ben, en mijn twee zoontjes van zeven en vijf jaar oud.

Ik hou van hardlopen en fietsen. Ik heb meer dan twaalf jaar in de ziekenhuiswereld gewerkt, eerst als technicus, daarna zes jaar als functioneel leidinggevende en nu een klein jaar als contractmanager.

Ik ben beschermd opgegroeid in een klein dorpje in een buitengebied. Na de MAVO en de MTS begon ik op de HTS in Enschede. Tot mijn twintigste was mijn leven doodnormaal, leuk en zelfs een beetje saai.

Waar had je last van?

Een jaar voor mijn opname ging het langzamerhand een beetje mis. Ik kreeg drukte in mijn hoofd en slaapproblemen en mijn vader werd ernstig ziek. Terwijl ik in die periode afstand aan het nemen was van mijn ouders als jongen van 20, moest ik terug naar de boerderij omdat mijn vader ernstig ziek was. En ergens in die periode is daar iets getriggerd in mijn hoofd.

Bij mijn aandoening bipolaire stoornis, heb je een kiem die kan groeien of niet. Bij mij is het gaan woekeren in mijn hoofd. Dat ging ook gepaard met psychoses en depressies. De pech was dat mijn ouders er helemaal niets van begrepen en we ook wat te laat naar de huisarts zijn gegaan. Toen we dat deden zat ik een dag later ook op de PAAZ. Ik heb lang op de observatie-afdeling gelegen, men wist niet wat men met mij aan moest. Een jonge jongen zonder enige geschiedenis, er is aan van alles gedacht bij mij.

Hoe zie jij herstel?

Je kunt met mijn aandoening nooit zeggen dat je er bent. Ik zal altijd medicatie nodig hebben. Lithium zal mijn vriendje blijven. Ik heb het geprobeerd zonder medicatie, maar dan gaat het toch na drie of vier maanden weer mis. Toch wil ik blijven afbouwen met de medicatie, daar zit ik nu ook weer middenin. Dan kun je zeggen: je bent niet hersteld, maar dat voelt niet zo. Mijn aandacht gaat nu na 22 jaar bipolair, veel meer naar mijn lichamelijke gezondheid. 

Ik ga altijd heel strikt naar mijn controles bij Mediant. Mijn bloed wordt om de drie maanden gecontroleerd en ik krijg jaarlijks een ECG. Je kunt ook zeggen dat het in mijn hoofd goed zit en ik daardoor mijn energie kan richten op mijn lichamelijke gezondheid. Mijn leven is volkomen normaal, maar ik ben, doordat ik medicatie slik, wel iedere dag ongeveer tien minuten bezig met mijn aandoening. Ik wil er vooral alles aan doen om te voorkomen dat mijn gezinsleven in onbalans komt. Dat betekent structuur: genoeg slaap, geen alcohol en de juiste dosering medicatie.

Ik vind het erg prettig dat ik een goede relatie heb: dat scheelt echt alles. Ik heb zoveel aan mijn vrouw, ik kan alles met haar delen en altijd open zijn. Ik beschouw mezelf op dit moment zeker niet als patiënt.

Wat is jouw persoonlijke herstelervaring?

Ik heb echt het geluk gehad dat ik als 22-jarige jongen een heel goed netwerk had. En ik had ook geen verhaal, iedereen om mij heen had van alles meegemaakt maar ik helemaal niets. Ik kreeg iedere dag bezoek en mijn familie en kameraden hebben mij nooit laten vallen. Mijn kameraden namen me na mijn opname gewoon weer overal mee naartoe. Tijdens mijn opname was het echt nodig om tot rust te komen. Ik was in die tijd een sterke jonge vent en dan kun je heel gek gaan doen.

Op de heldere momenten heb ik me wel zorgen gemaakt dat niemand mij meer zou willen. En toch wist ik ook heel goed aan wie ik wel en niet wat had. Mensen die je op de zenuwen werken, moet je laten gaan en mensen die je raken moet je opzoeken. Voor mezelf wist ik heel goed wie goed voor mij was en welke waakvlammetjes voor mij belangrijk waren. Daardoor hebben de goede mensen mij ook kansen gegeven, daar ben ik van overtuigd.

Hoe heb je vanuit dat dieptepunt aan je herstel gewerkt?

Ik heb heel erg geworsteld met het feit dat mij dit overkwam. Dat kost echt tijd, veel tijd om dat te accepteren. Mijn zelfvertrouwen heeft wel een knauw gekregen na deze ervaring. Als je dit in de bloei van je leven overkomt, krijg je echt krassen en hierdoor voel ik me altijd een beetje kwetsbaar.

Maar ik had ook de drive om de HTS af te maken. Op de HTS had ik veel goodwill opgebouwd: dat is ook mijn geluk geweest. Mijn docenten kwamen zelfs hier op bezoek. Na de HTS ben ik ook bij een zeer goede werkgever terechtgekomen. Doelen stellen en geluk hebben dat je de juiste mensen om je heen hebt, helpt enorm en zelf het vuur houden is ook belangrijk. Het gevaar kan zijn dat je het wel even best vindt en daardoor niet in actie komt.

Ik wilde afbouwen met medicijnen maar als ik dat deed ging het toch mis. Daar leer je van. Inmiddels is het 22 jaar geleden dat ik ben opgenomen, en ik ben nu vijftien jaar stabiel. De eerste fase vond ik het moeilijkste. Ik heb echt geluk gehad dat ik een vrouw heb leren kennen met wie ik alles kan delen.

Wat maakt jou bijzonder?

Mijn aandoening en dat wat ik heb meegemaakt, brengen ook goede positieve dingen. Als ik niet ziek was geweest, was ik bijvoorbeeld nooit mijn vrouw tegengekomen. Ik ben nooit vooringenomen. Ik zie eerder het ongeluk bij anderen, ook als ze zeggen dat het goed gaat. Dan probeer ik er voor anderen te zijn. Ik kan enorm genieten als ik thuiskom en mijn twee jongens met een grote glimlach aan tafel zie zitten. Ik werk hard en met veel plezier en door deze ervaring ben ik eerder blij met kleine dingen.

Wat is voor jou het meest steunend geweest?

Mijn familie en kameraden en later mijn vrouw, zijn het meest steunend geweest. Mijn kameraden hebben er nooit moeilijk over gedaan en dat helpt enorm. Wat ik eerder zei: je weet wel welke mensen goed voor je zijn. Dat kunnen ook mensen zijn die je niet zo goed kent maar die op je pad komen.

Hoe kijk jij in de toekomst?

Ik ga beginnen met een studie HBO Bedrijfskunde. De jongens gaan ontzettend goed. Mijn relatie is ontzettend fijn. Ik zou nog iets meer kunnen genieten dan dat ik nu doe. Het enige waar ik soms mee worstel, is of ik wel of niet open moet zijn over mijn aandoening. Vertel ik het wel of niet aan mijn collega’s, dat is lastig. Ik wil er ook niet mee te koop lopen, maar soms tref je mensen die hetzelfde hebben en kun je mensen juist ook helpen door ervaringen te delen.

juli 2017