Marijke blogt: een diagnose is handig maar niet zaligmakend

In mijn vorige blog vertelde ik dat ik ‘ervaringsdeskundigheid’ bezit. Klinkt een stuk beter dan ‘ik ben psychiatrisch patiënt’. Misschien kan ik beter zeggen: ‘ik heb psychische klachten’, maar dat is ook niet altijd waar: ik ben ook perioden redelijk klachtenvrij (ik hè, mijn omgeving mogelijk niet...). Laten we het dan houden op: ik heb een psychische aandoening. Maar welke? In de loop van de tijd heb ik al heel wat diagnoses gehad: neurotische depressie, aanpassingsstoornis, mild autisme, hechtingsstoornis, post-traumatisch stress syndroom (PTSS). Ik sluit niet uit dat sommige hulpverleners vanwege mijn therapieresistentie denken: persoonlijkheidsproblematiek. Zelf vind ik dat er twee heb: bipolair II (wat betekent dat ik licht-manische periodes afwissel met depressieve periodes met tussendoor ‘gewone’ periodes) en mild-autisme. 

 

Maakt het wat uit welke diagnose ik heb? Vaak is de reactie: ach, het is maar een etiketje (waarvan men ook nog vindt dat het niet bij mij past. “Marijke, jij autistisch? Echt niet. Ze geven dat etiketje wel gauw tegenwoordig!”).* Maar ik vind het voor mijzelf wel van belang. Bij een bipolaire stoornis horen andere medicijnen dat bij een ‘gewone’ ernstige depressie en ik heb dus bij mijn post-natale depressie (of lichte kraambedpsychose?), 29 jaar geleden, mogelijk niet de juiste medicatie gehad waardoor een opname van 3 maanden noodzakelijk was en het herstel meer dan twee jaar duurde. Toen wist men nog niets van autisme bij volwassen vrouwen en dat leidde ertoe dat men tijdens de opname op de verkeerde manier met mij omging. Ik had ontzettend behoefte aan duidelijkheid en structuur maar men vond dat ik moest leren omgaan met onzekerheid. Wanneer ik precies de psychiater kon spreken en hoe de procedure verliep om de medicatie te veranderen: het bleef mij onduidelijk, waardoor ik ontzettend bang ben geweest dat ik geen hulp zou krijgen als ik dat echt nodig had.  Ik hield daar een trauma aan over. Maar rouwig ben ik daar niet om: het trauma was gauw behandeld en met de medicatie kon ik gemakkelijk stoppen, want het werkte toch niet of nauwelijks.

Voor mezelf vind ik het ook fijn om te weten wat de diagnose is. Als ik teveel ideeën heb, mijn overbuurman te aardig ga vinden en te weinig slaap, dan neem ik gauw gas terug. En als mijn koor een weekendje weg organiseert dan regel ik eigen vervoer en een kamer voor mezelf, zodat ik rust kan nemen als ik overprikkeld ben en mijn potje ‘sociaal’ op is. Daar krijg ik wel commentaar op - men vindt dat niet ‘gezellig’ - maar dat moet dan maar.

Ik vind een diagnose dus wel handig. Het is heel goed dat GGNet bij mensen met langdurige klachten nog eens gekeken heeft naar de juiste diagnose. Gezien de vele diagnoses die ik heb gehad is het alleen jammer dat een diagnose niet met een bloedtestje valt vast te stellen en dus nooit helemaal zeker is. Zaligmakend is het dus niet. 

* Zie het uitstekende boek van Bianca Toeps: Maar je ziet er helemaal niet autistisch uit.

Wilt u reageren op deze blog? Mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
29 juli 2019