Marijke blogt: In het donker zie je de sterren beter

In een vorige blog vertelde ik dat ik last heb van nare herinneringen en alle mooie dingen die gebeuren vergeet. Het gekke is dat ik juist aan mijn opnameperiode vooral goede herinneringen bewaar.

Tijdens de opnameperiode verkeerde ik in de zwartste periode van mijn leven. Ik weet nog dat ik van minuut tot minuut leefde. Tien minuten die niet ingevuld waren, kon ik al niet overzien. Iedere minuut bracht me dichter bij een volgende afspraak met de psychiater, dichter bij het moment dat ik medicatie kreeg om te gaan slapen, dichter bij mijn herstel. Maar wat ging de tijd langzaam! De minuten kropen voorbij. Ik wéét nog hoe ellendig ik me voelde, maar ik ‘voel’ het nu niet meer. Het lijkt erg op de pijn van de bevalling: iedere moeder weet dat het zwaar was, maar de pijn vergeet je gewoon.

Maar als ik denk aan de opname zelf, dan komen vooral goede herinneringen boven. Ik bewaar warme herinneringen aan het personeel. Aan Jan, die mijn bloeddruk opnam als ik plotseling gele sterren zag door de medicatie en ik mezelf wel een aanstelster vond en hij niet. Aan de stagiaire die mij een arm gaf bij het oversteken van de drukke weg  met vrachtwagens omdat ze ook wel snapte dat ik misschien wel van plan was de overkant niet te halen. Aan de jonge vrouw die de keuken bestierde en altijd zorgde dat we goed te eten kregen (zodra ze weg was, liep het altijd scheef: dan was er alleen brood in de diepvries). Aan de oudere dames-verpleegkundigen die op zaterdagavond van de één naar de ander liepen om te troosten: op dinsdag veranderde/verminderde de psychiater de medicatie en de spiegel was dan precies zaterdagavond zo gezakt, dat je daar last van had. Vond ik wel slecht gepland. Ik had in een vorig blog al geschreven over de activiteitenbegeleidster die mij kattenoogjes bezorgde voor mijn kattentrui. En de verplegenden die mijn troep achter mij aan opruimden, want ik was te chaotisch om zelf mijn breiwerk op te bergen. En aan de complimenten die het personeel mij gaf. Kennelijk had men in een overleg afgesproken dat men op deze manier mijn zelfvertrouwen op ging vijzelen. Ik moet nog lachen als ik denk aan de verpleger die eruit zag als een bouwvakker en mij een compliment maakte over mijn fraaie priegelborduurwerk....

Ik bewaar goede herinneringen aan de psychiater, die anders niet scheutig was met pillen, maar  mij wel extra pillen gaf, zodat ik de verjaardag van mijn partner en Kerst een beetje goed door zou komen.*

Ik bewaar ook warme herinneringen aan de extra activiteiten die het personeel organiseerde: op zaterdagavond tosti’s voor de achterblijvers als de rest op weekendverlof was. Sinterklaas met voor iedere patiënt een cadeautje met een gedicht. 

Maar wat ik vooral herinner uit die zwarte periode is de solidariteit van de patiënten onder elkaar op de afdeling. Op mijn afdeling (4 Noord van het ziekenhuis in Zutphen) werd iedereen van jong tot oud opgenomen. Ik weet niet of dat op alle afdelingen zo gaat, maar we probeerden elkaar te helpen.** Aan iemand zonder shampoo werd shampoo geleend; iemand zonder waspoeder kreeg waspoeder. Van iemand zonder knoop aan zijn overhemd werd de knoop aangezet. We leerden de jongeren wassen en strijken. We gingen met een groep naar de bingo die door vrijwilligers voor alle patiënten in het ziekenhuis werd georganiseerd. De ouderen kregen van de jongeren een arm of werden in de rolstoel er naartoe geduwd. Ze werden geholpen met de kaarten. De gewonnen prijs werd opgehaald of geruild als iemand iets kreeg waar hij niets aan had. Ook lof voor die vrijwilligers die er voor zorgden dat ik weer een avond goed doorkwam!

We probeerden elkaar door moeilijke tijden heen te helpen en te motiveren geen medicatie te sparen of iets dergelijks.  Maar we veroordeelden elkaar niet, als het niet ging en iemand weer met z’n armen vol in het verband terugkwam naar de afdeling. We speelden een spel met Sinterklaas dat we zelf gemaakt hadden om in het groot met z’n allen te kunnen spelen. Niet iedereen hield wegens onrust het hele spel vol: gaf niks. We snapten het volkomen, want dat hadden we zelf ook gehad.

Ik genoot ook van het eten. Dat is wel raar: ik ben nogal kieskeurig. Mijn partner at ook geregeld in het ziekenhuis. Hij is niet kieskeurig maar vond het oneetbaar. De groenten die we in een schaal kregen zag er altijd hetzelfde uit: lichtkleurige smurrie. Soms konden we aan de hand van smaak achterhalen of het witlof of andijvie was. Maar ik vond het prima!

Niet al mijn herinneringen zijn dus gebaseerd op een gezond beoordelingsvermogen. En natuurlijk herinner ik mij ook schokkende en vervelende zaken. Maar het blijft opvallend: de goede herinneringen staan voor mij voorop. Het zou bijzonder fijn zijn als dat ook nu voor mijn gewone dagelijkse leven zou gelden maar kennelijk heb ik het zo goed, dat nu alleen de nare dingen opvallen en blijven hangen. Bij daglicht zie je sterren niet...


* Tegelijkertijd liep ik ook een trauma van die psychiater op omdat zijn gedrag onvoorspelbaar was. Daar kon ik door mijn autisme niet mee omgaan. Maar kennelijk kunnen goede herinneringen en traumatische ervaringen prima samengaan.

** Wat wel een rol zou kunnen spelen is dat er een vaste kern was die langer opgenomen was dan nu gebruikelijk is. Ik ben zelf de toen in 1990/1991 geldende maximale tijd opgenomen geweest: 13 weken.