Marijke blogt: (Niet) aanraken is (niet) fijn

Recent zei iemand op de radio dat iedereen een beetje autistisch wordt door de sociale isolatie vanwege het coronavirus. Ik kan het niet terugvinden maar ik meen dat het een psychiater was die dat zei. Het was geen verspreking. In mijn herinnering legde hij uit dat mensen met autisme niet houden van aanraking en graag niet teveel sociale dingen doen. Dit zou nu gaan gelden voor de hele samenleving.

 

Nou ben ik zelf iemand met autisme. Eerst was ik erg verontwaardigd over de uitspraak. Autisme houdt wel iets meer in dan aanraken en sociale situaties niet fijn vinden. Toch heeft hij wel een beetje gelijk. De eerste tijd van sociale isolatie door het coronavirus vond ik heerlijk: geen verplichtingen, lekker thuisblijven, niet hoeven aanraken.

Aanraking vind ik inderdaad lastig. Aanraking heeft verschillende kanten. Op de eerste plaats gaat het om de techniek. Ik moest echt leren om iemand op de wang te zoenen. In onze familie (waarin ik natuurlijk lang niet de enige ben met autistische trekjes) gaat zoenen eigenlijk altijd super-onhandig. Omdat mijn partner lid is van een club waarin iedereen elkaar op de nieuwjaarsreceptie zoent, heb ik daar eens rustig staan kijken hoe mensen met aandacht en op een warme, elegante en stijlvolle manier elkaar op de wangen zoenen. En kon daarna oefenen op ruim 40 personen. 

Maar in zo’n situatie is in ieder geval duidelijk wat er van mij wordt verwacht: drie zoenen. Dat is niet altijd het geval. Vooral de eerste werkdag na Nieuwjaar is altijd een nachtmerrie: welke collega geef je een hand en welke collega geef je een zoen? Dat is het tweede probleem en hangt mede af van wat die collega voor plannen heeft.  Dat moet je dan in een milliseconde inschatten. Toen ik dit probleem in mijn familie besprak, werden er meerdere oplossingen aangedragen: vrij nemen op die eerste werkdag in het nieuwe jaar en de volgende dag tegen iedereen al wuivend verstrooid zeggen: we hebben elkaar gisteren toch al gelukkig nieuwjaar gewenst? Of als eerste komen, je posteren achter een tafel waar niemand omheen kan lopen zodat iedereen een hand moet geven. 

Van het derde probleem was ik me niet zo bewust, totdat ik het liedje ‘Aanraking’ van Yentl en De Boer hoorde: ‘je rook zweet, koffie en bier, dikke vage lucht uit de mond, toen er nog aanraking bestond.’ Aanraking (zeker zoenen) geeft zintuigelijke gewaarwordingen. Autisme houdt een overgevoeligheid voor dit soort prikkels in. Ik vind dat dus niet fijn. Tenzij mensen lekker ruiken natuurlijk. 

Ik houd dus om meerdere redenen niet zo van aanrakingen. Maar toch .......... een collega die ik lang niet gezien had geen hand kunnen geven. Iemand die haar moeder heeft verloren alleen met een buiging kunnen condoleren en niet kunnen zoenen. Een oudere mevrouw die moeilijk loopt geen arm kunnen geven. Geen arm om iemand heen kunnen slaan die verdriet of pijn heeft. Dat vind ik niet leuk, hoe onhandig ik ook ben met aanraken en hoe ongemakkelijk ik me ook voel. 

Dus op de eerste werkdag na nieuwjaar niet hoeven zoenen: prima. Maar helemaal niet aanraken, ook al heb ik autisme: toch niet fijn.

Wilt u reageren naar Marijke op deze blog? Mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.