Marijke blogt: Wat heeft bijgedragen aan mijn herstel?

Eind 1990 ben ik ruim drie maanden opgenomen geweest met een zware post-natale (partum) depressie/lichte kraambedpsychose. Ik wil iets schrijven over mijn herstel daarna, maar ik heb daar wat gemengde gevoelens over: ik was hersteld, maar nu heb ik weer klachten. Herstel betekent dus niet: en ze leefde nog lang en gelukkig. Maar wellicht zorgt dat wat ik toen geleerd heb, er nu voor dat ik nog redelijk functioneer. 

Wat waren toen zaken die mijn herstel bevorderden:

  1. Tijdens mijn opname heb ik veel gehandwerkt. Ik breide een trui met een kat en kreeg geheel ongevraagd en onverwacht van een activiteitenbegeleidster twee kattenoogjes om op de trui te borduren. Toen ik weer thuis was, was ik een keer even weggeweest en vond bij thuiskomst geheel ongevraagd en onverwacht een grote schaal zelfgekweekte aardbeien van een vriendin.
    Doordat ik van de ene dag op de andere psychisch ziek was geworden, had ik alle vertrouwen in het leven verloren. Vanuit het niets en totaal onverwacht was mij iets verschrikkelijks overkomen en de oogjes en aardbeien leerden mij: vanuit het niets en ongevraagd en onverwacht kunnen er ook goede dingen gebeuren. Dat gaf mij weer wat vertrouwen in het leven.

  2. Verpleging die zichzelf was. Hulpverleners die een professionele distantie hielden (als een sfinx op een stoel zitten en je zogenaamd oordeelsvrij verwachtingsvol aankijken) of te ‘plakkerig’ waren (diep aankijken en dan zeggen: ‘hoe voel je je nou?’): daar had ik niets mee. Juist zorgverleners die zichzelf waren en ‘gewoon’ deden, dat hielp mij. Zo was er een zorgverlener die mee deed (mee moest doen) met dansen: hoewel hij erg zijn best deed, kon hij er niets van. Dat leerde mij: niemand is perfect. Ik hoef ook niet perfect te zijn. En er waren twee wat oudere nuchtere hulpverleensters die gewoon meeleefden met de goede en de slechte tijden. Niks drama, niks diepzinnige interpretaties. Rotsen in de branding en goede voorbeelden voor mij.

  3. Toen ik opgenomen was, hing er in de lift een oproep voor verpleging die mee wilden zingen in het kerstkoor tijdens het kerstdiner. Ik vroeg aan de dominee of ik ook mee mocht zingen en dat mocht. Ik heb eerlijk gezegd heel weinig herinneringen aan de repetities. Niet zo verwonderlijk: ik zat zwaar onder de medicatie. Ik geloof dat ik wel trouw ging maar of ik ook goed meezong? Ik denk dat ik weleens halverwege in slaap viel.
    Ik ben de dominee erg dankbaar dat hij het allemaal accepteerde. Ik had zelf een initiatief genomen en het werd beloond. Ik kon iets ‘normaals’ doen met ‘gewone’ mensen en werd daar niet als patiënt gezien maar als gewoon koorlid. Na afloop van het optreden kreeg ik een roos als dank. Ik had, ondanks alles, iets kunnen doen wat gewaardeerd werd.

  4. Mijn kamergenote tijdens de opname die hetzelfde had als ik, maar veel verder was in haar herstel. Haar optimisme en vertrouwen dat de behandeling zou helpen en dat het weer goed zou komen, hielp mij door hele moeilijke momenten heen.
    Ik zit dit onder tranen te typen: er zit ook een andere kant aan en vele patiënten zullen dit herkennen. Marijke Groot heeft er ook over geschreven : vrienden die je in de GGZ maakt, kun je verliezen door zelfdoding. Mijn vriendin overleefde een tweede postnatale depressie/kraambedpsychose, hoewel ze opgenomen was, niet. Ik heb daardoor één kind. Maar misschien is dat ook wel ‘herstel’: inzien en er voor kiezen geen dingen te doen (een tweede kind krijgen, blowen, zonder overleg stoppen met je medicatie) waarvan je kunt vermoeden dat het weer gaat leiden tot een opname of erger.*

  5. Na thuiskomst ging het niet echt beter met mij (voor lezers van buiten de psychiatrie: dat is in de psychiatrie een eufemisme voor: nog steeds suïcidaal). Praten en pillen deden weinig tot niets. Ik zag de psychiater denken: wat moet ik met haar aan? Weer opnemen? Maar zijn oplossing was: koop een fietszitje en ga fietsen met dat kind. En ja: dat bleek een oplossing op momenten dat ik het helemaal niet zag zitten: kind in het zitje en fietsen maar. En op een gegeven moment ging mijn partner uit zijn werk steeds een uurtje met haar fietsen zodat ik even rust had en rustig kon koken. Behandeling is dus niet alleen ‘pillen’ en ‘praten’ maar ‘praktische adviezen’ hoort er ook bij.

  6. Na thuiskomst had ik nauwelijks contact met moeders in dezelfde situatie in mijn dorp en de contacten die ik wel had, was ik door mijn opname verloren. Mijn gespecialiseerde thuishulp bracht mij in contact met een andere moeder die wel wat contact kon gebruiken. Ik keek van deze moeder af wat ‘normaal’ was. Haar kind had bijvoorbeeld veel speelgoed en boekjes. Mijn kind niet mede vanwege mijn armoedewaan. En samen ondernamen we dingen die we alleen niet aandurfden: met de kids in de buggy’s met de trein naar de stad om te winkelen. 

Ik kan nog veel meer punten noemen (mijn moeder die iedere week een halve dag kwam zodat ik naar een creatieve cursus kon, de vriendin van de aardbeien die fietstochtjes organiseerde), maar dit zijn de punten die de meeste emoties bij mij oproepen. 

Wel vraag ik me af wat de moraal van dit verhaal is. Zit hier een lijn in waardoor je hier beleid op (of een plan voor) kunt maken? Het zijn soms zulke kleine dingen die het verschil maken. En het is denk ik ook heel erg per persoon verschillend wat voor herstel zorgt en wat niet. Misschien is de moraal wel dat iedereen met psychische klachten samen met vrienden, familie en hulpverleners op zoek moet naar dingen die specifiek bij hem of haar passen. 

* De herhalingskans van een kraambedpsychose is 60%.

Wilt u reageren naar Marijke op deze blog? Mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

In deze blog wordt gesproken over zelfdoding. Zie je het leven niet meer zitten? Of maak je je zorgen over een ander? Bel met 113 Zelfmoordpreventie via 0900-0113 of chat via www.113.nl. Anoniem, gratis en 24/7.