Persoonlijkheidsproblematiek uitgelicht

Mensen met een persoonlijkheidsstoornis hebben problemen met hun zelfbeeld en identiteit en moeite met het aangaan van intieme relaties. Bij Scelta Apeldoorn, het expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek van GGNet, maakt klinisch psycholoog Corinne Ossebaard onderdeel uit van een multidisciplinair team dat deze groep behandelt. Corinne legt uit wat een persoonlijkheidsstoornis is, hoe het ontstaat en welke hulp er is.

Wanneer is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis?

“Een persoonlijkheidsstoornis is een complexe, psychische stoornis. Complex, omdat mensen problemen hebben op meerdere gebieden. Zoals met hun identiteit en zelfbeeld, zelfsturing en het aangaan van relaties. Intimiteit en verbondenheid aangaan is voor hen meestal niet te doen. Wat deze groep typeert, is dat ze er al heel lang last van hebben. Vaak al sinds hun jeugd. Als mensen op hun veertigste opeens soortgelijke klachten krijgen, is er meestal iets anders aan de hand.” 

Welke soorten zijn er?

“Borderline is denk ik het meest bekend. Deze mensen hebben een zwak ontwikkeld en instabiel zelfbeeld, veel kritiek op zichzelf en vaak een grote angst om in de steek gelaten te worden. Andere voorbeelden zijn de antisociale-, narcistische-, vermijdende-, afhankelijke- en dwangmatige persoonlijkheidsstoornis. In totaal beschrijft de DSM-5* er tien.”

Waardoor ontstaat het?

“Soms gebeuren er dingen in iemands leven waardoor een persoonlijkheidsstoornis naar voren komt. Kinderen gaan door bepaalde ontwikkelingsfases. Als daarin iets niet goed is gegaan – omdat ze aan hun lot werden overgelaten, opgroeiden in geweld, werden misbruikt of overbezorgde ouders hadden – kan een persoonlijkheidsstoornis naar boven komen. Dit hóeft niet. Er zijn ook kinderen die verschrikkelijke dingen meemaken en hier toch goed uit komen. Waarom de één er wel last van heeft en de ander niet, heeft waarschijnlijk met genetische aanleg te maken.” 

Wat betekent een persoonlijkheidsstoornis voor iemand?

“Wij behandelen met name jongvolwassenen die, zolang ze zich kunnen herinneren, worstelen met hun identiteit. Ze weten niet wie ze zijn, hebben geen doelen en kunnen geen intieme relaties aangaan. Vaak zitten ze zo slecht in hun vel, dat niets meer lukt. Ze lopen vast op álle terreinen. Als ze bij ons negen maanden worden opgenomen, is daar veel leed aan vooraf gegaan.”

Wat is het verschil tussen de jongere en oudere patiënten?

“Bij de ouderen zie je veel rouw; over hun eigen leven, maar ook over wat ze hun eigen kinderen hebben meegegeven en hoe ze dat graag anders hadden gewild. Ik hoor het ze vaak zeggen tegen de jongeren: ‘Wees maar blij dat je er op tijd bij bent.’” 

Moeten mensen met een persoonlijkheidsstoornis altijd worden opgenomen?

“Nee, in eerste instantie worden ze ambulant behandeld. Dat is ook het fijnst, omdat ze in een eigen omgeving kunnen blijven en aan het werk kunnen blijven. Als dit niet werkt, kan opname nodig zijn.” 

Waarom is dat dan beter?

“Niemand wil pijn voelen. Jij niet, ik niet, niemand niet. In het dagelijks leven kunnen mensen hun emotionele pijn vaak goed wegstoppen. Bijvoorbeeld door eindeloos bezig te zijn, schoon te maken, zichzelf te snijden of zich te verdoven met alcohol. Als ze bij ons zijn en hiermee stoppen, gaan ze echt voelen wat eronder zit. Ze kunnen dan erkenning krijgen voor die pijn en leren deze te verminderen in een veilige omgeving. Het moeilijke deel van de therapie is het voelen van de pijn.”

Helpt het daarbij dat mensen in een groep worden behandeld?

“Ja, onder andere omdat er mensen zijn die al verder zijn. Dat geeft hoop op dat het beter kan worden. Voor iedereen.” 

Wat wil jij hen leren?

“Dat ze emoties mogen voelen, Jaloezie, boosheid, het hoort allemaal bij het leven. Vertel maar, praat erover, dát. Ik hoop dat ik ze kan laten voelen dat zich mogen uiten. Daarnaast maak ik gedrag bespreekbaar. Je mag alles voelen, maar niet alles dóen.” 

Wat raakt jou in deze groep?

“Ik vind het ontroerend dat mensen na negen maanden intensieve behandeling met compassie en mildheid naar zichzelf kunnen kijken. Ze hebben vaardigheden geleerd om de maatschappij in te gaan, relaties aan te gaan en een vriendenkring op te bouwen. Ik zie mensen opbloeien, dat is heel mooi. Ze hebben zichzelf gevonden. Mogen zichzelf zijn. Vaak voor het eerst in hun leven. Negen maanden, het is eigenlijk net een zwangerschap. Cliënten voelen het soms zelf als een wedergeboorte.” 



* DSM staat voor ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, in het Nederlands: het diagnostisch en statistisch handboek van psychiatrische aandoeningen. Dit handboek wordt uitgegeven door de American Psychiatric Association. Het handboek is bedoeld om er voor te zorgen dat iedereen de zelfde definities hanteert voor bepaalde psychiatrische aandoeningen. 

Dit interview is een aanvulling op het GGNet magazine 2019

Kijk hier voor meer informatie over persoonlijkheidsstoornissen