Van vitaal belang

Werken in de ggz is veeleisend en kan een zware wissel trekken op je lichamelijke en geestelijke gezondheid. Toch doen onze mensen dit belangrijke werk met hart en ziel. Hoe helpt GGNet hen vitaal te blijven? En wat is ‘vitaliteit’ eigenlijk? Drie collega’s van het cluster Mens & Organisatie (M&O) in discussie.

 

“Mensen die voor dit mooie maar veeleisende vak kiezen, verdienen het om gekoesterd te worden”

 

Wat verstaat GGNet onder vitale medewerkers en wat is het belang daarvan?

Leo Sparreboom, directeur M&O: “Vitaliteit is een breed begrip. Voor mij betekent het dat je steeds in staat bent om op een goede manier te reageren op je omgeving, zowel fysiek als mentaal. Het draait om veerkracht.”
Marieke Brands, adviseur M&O: “Vitaliteit hangt ook samen met hoe je je competenties en vakmanschap kunt inzetten in je werk. Als je het gevoel hebt dat je goed op je plek bent, sta je sterker dan wanneer dat gevoel ontbreekt. Daarvoor is het belangrijk dat mensen gezien en gewaardeerd worden.”
Fatima Swailima, recruiter: “In de arbeidsmarkt is vitaliteit nogal gehypet. Werkgevers proberen zich te onderscheiden met hun fietsregeling of korting op de sportschool, terwijl vitaliteit veel verder gaat dan dat. Ik ben blij dat GGNet er met een bredere blik naar kijkt.”
Leo: “Zo’n fietsregeling is heus geen slecht idee, maar de vraag is of je er echt vitaler van wordt. Ik vind het belangrijker om mensen te ondersteunen bij de vraag hoe je in je werk staat en hoe je daarin veilig, gezond en gelukkig kunt blijven. Medewerkers moeten gelegenheid hebben daarover te spreken en afspraken te maken met hun leidinggevende. Het is belangrijk dat er individuele ontwikkelmogelijkheden zijn. Daar hebben we ook nog wel stappen te zetten.”
Marieke: “Het interessante is dat vitaliteit bij GGNet vrijwel een op een is gelinkt aan onze visie op patiëntenzorg. Wat wij graag willen voor onze patiënten – bijvoorbeeld dat ze uitgaan van hun eigen kracht, dat ze betekenisvolle dingen doen, dat ze méér zijn dan hun diagnose – willen we ook voor onszelf en onze collega’s.”
Leo: “Het is een kwestie van ‘practice what you preach’. Vitale zorg kan niet zonder vitale medewerkers.” 

 

Bij wie ligt de verantwoordelijkheid voor de vitaliteit van medewerkers? En ligt bemoeizucht niet op de loer?

Marieke: “Ik zie vitaliteit als een gedeelde verantwoordelijkheid van zowel de medewerker als van GGNet. Wat mij betreft is dat ook de insteek waarmee leidinggevenden hierover in gesprek gaan met hun mensen: ‘Wat doe jij om vitaal te blijven, en hoe kan GGNet jou daarbij faciliteren?’ Het signaal dat GGNet te ver zou gaan, heb ik nog nooit gehoord.”
Leo: “Momenteel doen we bijvoorbeeld veel moeite om medewerkers te stimuleren om te stoppen met roken. Niet uit bemoeizucht, maar omdat GGNet een rookvrije organisatie wordt. Naar mijn mening mag je medewerkers vanuit de betrokkenheid van ‘jij bent belangrijk voor ons, wij zijn belangrijk voor jou’ best een duwtje in de gezonde richting geven.”
Fatima: “Als medewerker heb je zelf de regie over je leven en je vitaliteit, maar dat neemt niet weg dat GGNet een bepaalde morele verantwoordelijkheid heeft om goed voor z’n medewerkers te zorgen. Mensen die voor dit mooie maar veeleisende vak kiezen, verdienen het om gekoesterd te worden. Vanuit de gedachte dat onze medewerkers ons grootste kapitaal zijn, vind ik het niet meer dan normaal dat we dus heel erg goed voor ze zorgen – of in ieder geval ons uiterste best daarvoor doen.”

 

Werkt het, al die aandacht voor vitale medewerkers?

Marieke: “Aan het verzuim te zien, een belangrijke indicator van de vitaliteit van de organisatie: ja. Tijdens de coronacrisis daalde ons verzuim zelfs nog verder, tot onder de vier procent. Ik denk dat mensen hun werk en privé beter konden afstemmen door het thuiswerken. Dat is dus een heel belangrijk thema, we moeten daar echt lessen uittrekken voor de toekomst.”
Leo: “Een loopbaan in de zorg biedt veel goeds, maar heeft ook bepaalde eigenschappen die niet bevorderlijk zijn voor je vitaliteit. Aandacht voor de werkomstandigheden is belangrijk. Van onregelmatige diensten, en zeker nachtdiensten, is bijvoorbeeld bekend dat die niet goed zijn voor een mens. We gaan daarom een project Dienstroosters starten waarin ook aandacht is voor gezondheid. En onderschat ook niet hoeveel emotionele druk de wachtlijsten opleveren voor medewerkers. Je zal maar geconfronteerd worden met leed van patiënten die lang moeten wachten op de hulp die zij nodig hebben.”
Fatima: “De krappe arbeidsmarkt helpt niet mee; door gebrek aan mensen kan de werkdruk best hoog oplopen. Alle goede intenties ten spijt valt in de praktijk niet altijd te voorkomen dat medewerkers zich weleens gemangeld voelen tussen goede patiëntenzorg en hun eigen vitaliteit. De crux is dat we met elkaar zo’n veilige omgeving vormen dat niemand schroom voelt om aan de bel te trekken als je steun nodig hebt. Samen zijn er meestal goede oplossingen te vinden.”
Marieke: “Het is absoluut geen schande om opnieuw te moeten zoeken naar wat ervoor nodig is om je werk met plezier en energie te kunnen doen. Het kan ook een voordeel zijn dat je als behandelaar zo’n zoektocht hebt moeten maken. Als je uit ervaring weet hoe dat voelt, dan helpt dat om patiënten goed te begeleiden bij het hervinden van hun balans.”

 

Dit interview is gepubliceerd in het GGNet Magazine 2020-2021