Die ene patiënt #3

Geïnspireerd door de serie verhalen ‘Die ene patiënt’ in de Volkskrant, maken we een serie verhalen over hoe patiënten hun behandelaar kunnen inspireren. Welke patiënten maken de meeste indruk en welke patiënt zorgde ervoor dat de kijk op het vak ingrijpend veranderde…

Gepubliceerd: 16 september 2020

 

Deze keer vroegen we Christine van Boeijen, psychiater van de Acute Zorg Apeldoorn, welke patiënt een onuitwisbare indruk op haar maakte. Christine werkt bij de Crisisdienst van GGNet en gaat regelmatig op huisbezoek bij mensen voor een crisisbeoordeling. Samen met de patiënt en eventuele betrokkenen/ familie bespreekt zij wat er aan de hand is en hoe er een passende oplossing voor de crisis op dat moment bereikt kan worden. 

 

‘ALS IK VAN DE PATIËNT TERUG HOOR: ‘HET VIEL ME MEE, JE BENT ZO GEWOON!’ WEET IK DAT IK HET GOED HEB GEDAAN’

 

‘De patiënten die ik zie als psychiater van de crisisdienst zijn vooral gebaat bij openheid en helderheid. Zij verkeren op dat moment in een crisis en overzien zelf de situatie niet meer. Het is belangrijk dat je dan vooral gewoon doet, dat je luistert naar wat de mensen vertellen en dat je ervoor zorgt dat zij zich gehoord voelen’. 

‘Zo was een keer samen met een arts-assistent op huisbezoek bij een 35-jarige man met een verstandelijke beperking. Hij woonde zelfstandig in een beschermde woonvorm. Je moet je dan realiseren dat je in zijn situatie beland, in zijn crisis, en dat deze man zelf geen overzicht meer heeft over de situatie. Zeker bij deze patiënt heeft het geen enkele zin om moeilijke woorden te gebruiken. Daar wordt het voor hem alleen maar onoverzichtelijker van. Je moet goed luisteren en proberen duidelijkheid te scheppen op zijn niveau. In dit geval lukte dat goed. Door ‘Jip-en-Janneke-taal’ te gebruiken en het simpel te houden, konden wij de crisis op dat moment stabiliseren. 

De arts-assistent was blijkbaar onder de indruk want hij vroeg mij later hoe ik dat nou gedaan had. Ik besefte dat ik vooral had geprobeerd mij te verplaatsen in de situatie van de man en met hem had gecommuniceerd op zijn niveau. Hierdoor kon ik hem duidelijk maken wat er met hem aan de hand was, hem gerust stellen en was het mogelijk om afspraken met hem te maken. Als ik mij had opgesteld als de dokter die wel even zou komen vertellen wat er gebeuren moet, dan was de situatie waarschijnlijk verder geëscaleerd.

Ik merk steeds vaker dat deze aanpak het beste werkt: gewoon doen, luisteren en duidelijkheid scheppen. Gebruik woorden die de patiënt gebruikt en snapt. Dus niet ‘psychofarmaca’, maar ‘pillen’ en ‘minder naar voelen’ i.p.v. ‘minder depressief voelen’. Gebruik korte zinnen en check steeds of de patiënt het begrepen heeft door hem of haar terug te laten vertellen in zijn eigen woorden. Patiënten hebben de neiging zich niet dom te willen laten overkomen en gebruiken dan woorden die jij zegt, die ze eigenlijk niet begrijpen. Zoek naar de woorden die zij wel begrijpen, dan help je hen uiteindelijk echt.

Laatst zei een patiënte waar ik was geweest: ‘Het viel me mee, je bent zo gewoon!’ Dan weet ik dat ik het goed heb gedaan!’