Organisaties winnen kort geding

Dinsdag 28 januari heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in het kort geding dat 3 instellingen en 5 voegers waarvan GGNet er 1 was, hadden aangespannen tegen de staat. Het kort geding had betrekking op de wijze waarop Justitie forensische zorg inkoopt en op de aanbestedingsprocedure en daarbij de kortingen op de forensische zorg. De 8 instellingen zijn op alle punten in het gelijk gesteld en hebben het kort geding gewonnen dat werd aangespannen.

Gepubliceerd: 28 januari 2020

Dat betekent dat Justitie geen maximaal dagtarief meer mag hanteren. Deze maximum tarieven worden jaarlijks vastgesteld door de Nza voor zowel forensisch als voor de sggz. GGNet is in het gelijk gesteld voor de volgende punten:

  • DJI hanteert als gevolg van de kortingen disproportionele en ontoereikende tarieven.
  • DJI biedt onvoldoende tariefdifferentiatie, hetgeen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel (ongelijke gevallen moeten ongelijk behandeld worden).
  • DJI handelt in strijd de op haar rustende motiveringsplicht door de totstandkoming en gevolgen van de toegepaste kortingen niet gedegen te motiveren.
  • DJI handelt in strijd met artikel 4.1 Wet forensische zorg ("Wfz"), omdat als gevolg van de kortingen aanbieders niet in staat zijn tijdige, juiste en hoogwaardige forensische zorg te bieden met afdoende beveiliging.

 
Lees hier het vonnis van de rechtbank Den Haag.

GGNet is blij dat deze stap gewonnen is. Nu de kortingen door DJI afgewend lijken te zijn zet GGNet onverminderd haar missie door om reƫle vergoeding te ontvangen voor het werk wat zij doen. Daarom heeft GGNet eerder een bezwaarprocedure gestart tegen de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) dat jaarlijks de maximale tarieven vaststelt op basis van een kostprijs onderzoek voor onder andere de forensische zorg en de sggz zorg. De zitting vindt plaats op 11 februari 2020. Waarbij GGNet eist dat de uitkomst van het kostprijs onderzoek bijgesteld wordt.