Gepubliceerd:

Volgens onderzoek van Jeanet Nieuwenhuis, psychiater en senior onderzoeker bij VGGNet, heeft ongeveer 40 procent van de patiënten in de specialistische ggz aanwijzingen voor een licht verstandelijke beperking (LVB). Toch wordt een LVB niet altijd herkend. Hierdoor bestaat het risico dat cliënten worden overvraagd en behandelingen onvoldoende aansluiten bij wat zij nodig hebben.

Hoe kunnen we dit verbeteren? De afgelopen twee jaar werkten ggz-teams van zes organisaties aan deze vraag binnen het landelijke Doorbraakproject LVB in de ggz. Ook VGGNet was hierbij betrokken. Samen werkten de teams aan betere herkenning, diagnostiek en passende behandeling voor mensen met een LVB.

De kennis en ervaringen uit het project zijn nu gebundeld in de handreiking 'Inclusieve zorg voor cliënten met een LVB in de ggz'. Deze biedt ggz-teams praktische handvatten om de zorg beter af te stemmen op cliënten met een (vermoeden van een) LVB.

Jeanet Nieuwenhuis was vanuit VGGNet betrokken bij het project. “Het herkennen van een LVB is een belangrijke eerste stap, maar uiteindelijk gaat het erom wat je met die kennis doet. Bij VGGNet kijken we naar de mens en diens mogelijkheden. Door onze communicatie en behandeling beter af te stemmen op het verstandelijke en sociaal-emotionele niveau van de cliënt, kunnen we overvraging voorkomen en de behandeling beter laten aansluiten. Dat vraagt ook iets van behandelaren. Bewustwording, kennis en scholing zijn daarom essentieel om passende zorg te kunnen bieden.”

Met deze handreiking wordt de opgedane kennis beschikbaar voor andere ggz-teams. Zo werken we samen aan beter passende zorg voor mensen met een LVB.