Herstelverhaal Pascal

Al eerder gaf Pascal twee interviews over haar leven met de titel 'Door medicijnen was ik een zombi' en en de andere met de titel 'Durven voelen'. Nu spreken we haar jaren later weer in haar eigen huis samen met haar vrouw Petra. Het lijkt alsof ze een heel normaal leventje leidt. Dat is ook zo. Toch is Pascal nog vaak angstig om dingen in haar eentje te doen. Alleen naar de supermarkt blijft een opgave voor Pascal. Er alleen op uit gaan is een grote stap. ‘Er speelt zich van alles in mijn hoofd af. Maar het wordt wel beter hoor!’, zegt ze.

 

 

 ‘Ik ben opgegroeid in Lichtenvoorde met drie zussen en een broer. Mijn moeder’s eerste man, de vader van mijn drie zussen en broer is overleden. Daarna ontmoette mijn moeder haar nieuwe man, mijn biologische vader en de stiefvader van mijn broer en zussen.  Mijn moeder was een moeilijke vrouw, maar ook wel lief. Ze is helaas zeven jaar geleden overleden. Ik mis haar nog steeds. Met mijn zussen heb ik wel een goede band, maar dat is ook moeilijk geweest in de tijd dat ik opgenomen was. Er was heel veel onbegrip omdat ik ook heel moeilijk kon doen in die tijd’.

 

Pascal vertelt dat haar jeugd traumatisch was: incest en mishandeling op allerlei manieren. Haar vader was alcoholist. Hij leeft nog, ze heeft gehoord dat hij dementerend is en ergens in een verzorgingshuis woont. Ze heeft geen contact met hem. Toen Pascal jong was vond ze het leven zwaar. Ze viel neer en was dan helemaal van de wereld. Als ze weer bij kwam had ze geen idee wat er gebeurd was. Ook vertrok ze weleens met de trein, dan werd ze ergens gevonden door de politie  en kon ze niet vertellen wie ze was en waarom ze daar was. Ze had dan geen idee wat ze aan het doen was.

 

Opname Warnsveld

Op haar 23e is Pascal opgenomen in Warnsveld. De opname heeft in totaal 6 jaar geduurd. Een behoorlijk lange tijd. ‘Ik wilde eigenlijk daar ook niet meer weg als ik eerlijk ben’, zegt Pascal  ‘Ik had daar een veilig wereldje. In die tijd konden ze mijn diagnose heel slecht vaststellen, borderline en PTSS. Ik had een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS),was suïcidaal en sneed mijzelf’. Het terrein van GGNet werd haar veilige haven. Ook gaven de medicijnen Pascal rust, maar helaas raakte ze ook verslaafd aan de medicijnen.

 Na een paar jaar bij GGNet zei behandelaar Annemarie: ‘Jij hoort hier niet te zitten. Jij moet hier echt weg!’ Toen kreeg Pascal moed en zin om weg te gaan uit Warnsveld. Dat was echt een keerpunt voor haar. Samen met Annemarie heeft ze alles geregeld om weg te kunnen. Binnen een jaar was het allemaal geregeld.

 

Groenlo

Ze kreeg de woning waar ze nu nog woont in Groenlo. Tijdens een inloopochtend van de dagbesteding ontmoette ze Petra, inmiddels haar vrouw. Petra wist niets van het leven van Pascal, maar toch sloeg er direct een vonk over toen ze elkaar zagen. ‘In mei waren we samen en in september zijn we getrouwd. We zijn nu al 16 jaar gelukkig samen’.

Samen leiden ze een rustig leventje. Vanaf de tijd in haar eigen huis heeft Pascal nog lange tijd wekelijks ambulante therapie gehad. Ook was er nog af en toe een korte opname nodig om tot rust te komen. Dan hoorde Pascal zoveel stemmen in haar hoofd. Dat is gelukkig allang niet meer nodig geweest. Nu komt er alleen nog elke week een ambulant woonbegeleidster langs.  

 

‘Mijn zus zei gisteren nog aan de telefoon: we hebben echt een hele rotjeugd gehad maar we krijgen het nu allemaal wel weer terug. We hebben allemaal stuk voor stuk wel een goed leven nu. Ik heb er heel veel van geleerd, ik ben er sterker van geworden en ben er best goed doorheen gekomen maar het was beslist niet leuk. Onze jeugd was hel’. Achteraf ben ik er wel goed doorheen gekomen en daar heb ik hard voor moeten knokken, zegt Pascal.

‘Er is altijd serieus wel een ommekeer mogelijk. Hoe diep je ook zit. Ergens in je achterhoofd weet je wel dat je er wel weer uit komt uit. Ook al heb je 20 strips met tabletten achter je kiezen.  Voor mij was de ommekeer echt toen mijn behandelaar tegen mij zei dat ik niet in Warnsveld moest blijven.

 

Het dagelijkse leven

‘Ik denk dat we altijd pech hebben gehad met vrienden. Het was veeleisend voor ons. Zij hebben dan hun dingen en wij hebben onze eigen dingen, dat was te zwaar. Als vrienden suïcidale gedachten hebben, dan konden wij dat er niet bij hebben. We zaten dan te veel met de problemen van anderen. Dit waren vaak vrienden die ik kende via GGNet. Wel jammer want er waren hele leuke mensen bij. Ik heb er wel behoefte aan meer vrienden, wat meer dan Petra. Veel hobby’s hebben we ook niet.

 

Werk

Pascal werkt 4 middagen in de week op een zorgboerderij. Dat is best pittig voor haar maar ze doet het met heel veel plezier. ‘Ik ben de hele dag eraan kwijt dat ik de middag moet werken. Petra gaat twee dagen in de week naar de dagbesteding. We doen niet zoveel in het weekend: wat familiebezoek of af en toe een braderie. Wat dat betreft zijn we heel saai. Ik ben een echte huismus, veel dingen vind ik te druk en te eng. We doen el eens iets buitenshuis omdat Petra dat graag wil maar niet zo vaak.

 

‘Wat mij bijzonder maakt? Nou jeetje. Ik denk dat ik altijd door ben blijven gaan dat is wel het meest bijzondere aan mij. Ik heb niet opgegeven. Wat voor mij steunend is geweest is in de eerste plaats Petra en ook zeker de structuur van de Boerderij. In de tijd van de opname waren de gesprekken die je dan hebt een grote steun.

 

Toekomst

‘Ik kijk positief naar de toekomst. Ik zou nog wel eens een opleiding willen doen in de agrarische sector, als ik het durf. Dat ligt mij toch wel heel erg. Ook wil ik samen blijven met Petra en lekker zo doorgaan. We willen ooit nog wel eens op vakantie. Onze levensdroom is naar Afrika te gaan om foto’s te maken. Ik zou ook graag alleen naar de winkel willen, gewoon dat het allemaal wat makkelijker is. Ik wil niet altijd zo nadenken, maar meer durven, gewoon doen. Het gekke is dat als ik iets doe wat ik niet durf, dan gebeurt en eigenlijk niets. Ik raak niet in paniek en je ziet niets aan mij. Het is meer mijn eigen paniek, bijvoorbeeld of mijn fiets van het slot gaat, of mijn pinpas het doet of ik de boodschappen niet laat vallen, of er geen groepje jongeren staat die mij uitschelden. En wat dan nog, de wereld vergaat niet…’

 

‘Ik wil graag mijn verhaal vertellen om te laten zien dat er altijd een weg omhoog is, hoe uitzichtloos het ook allemaal is. Ik heb echt zo diep gezeten. Ik dacht dat het nooit meer anders zou worden. En toch zit ik hier. Voor mensen die ook een uitzichtloos gevoel hebben, wil ik zeggen: ‘Blijf ervoor vechten!’ Ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen.