Marijke blogt: Waar zijn psychiaters als je ze echt nodig hebt?

Volgens Demiaan Denys zijn er teveel psychiaters. En ze zijn volgens hem niet op de goede plaats, namelijk als de diagnose moet worden gesteld. Of er teveel psychiaters zijn, weet ik niet, maar dat ze niet op de juiste plaats zijn, daar ben ik het helemaal mee eens.

Ik was een baby van 12 maanden en lustte alleen prakje kalfsvlees, worteltjes en aardappels. Mijn vader en moeder bewogen hemel en aarde om me iets anders te laten eten. Mijn moeder raadpleegde alle buurvrouwen: die kinderen aten alles. Ze ging naar het consultatiebureau. Die gaven advies: ‘Geef haar niks anders. Als ze honger heeft, eet ze wel.” Dus niet. Als mijn moeder het bureau binnenkwam dat werd ze begroet met: “Daar komt het prinsesje weer dat een emmer kalfsvlees eet.” Met andere woorden: mijn moeder was een slappeling die haar kind verwende in plaats van stevig aanpakte. Aan de dominee had mijn moeder ook niet veel. Qua zingeving was het voor vrouwen duidelijk: keuken, kerk, kinderen. En als het echt niet lukte: ‘Spaart de roede niet’! Ten einde raad werd ik door mijn ouders met geweld gevoed wat leidde tot een hechtingsstoornis en een trauma.

 

Wat was het fijn geweest als er toen een psychiater of een andere deskundige was geweest die de situatie wel goed zou hebben ingeschat: een kind met autisme dat moeite had met prikkels in de mond. Die mijn ouders had ondersteund in plaats van te kakken had gezet. En zo voorkomen had, dat er later ernstige psychische stoornissen ontstonden.

 

En het had ook fijn geweest als de psychiater mij had gezien toen ik overgaf van angst toen ik zelf net een baby had. Ik werd omgeven door moeders met ervaring. Op het consultatiebureau constateerde men dat de baby blakend van gezondheid was maar dat ik onder mijn gewicht zat. Ik vertelde wel dat ik angstig was; ik had niet voor niets de buurvrouw bij mij. Ik kreeg een pot met eiwitpoeder mee om aan te sterken. Ik ben ook een paar keer bij verschillende huisartsen geweest, die niet ingrepen of doorverwezen.

 

Twee maanden later werd ik opgenomen met een zware depressie/lichte kraambedpsychose. Zonder dochter die daardoor acuut van de borstvoeding af moest en bij de buurvrouw moest worden ondergebracht, zodat dochter ook een vroegkinderlijk trauma en een hechtingsstoornis heeft opgelopen. Als een psychiater meteen herkend had dat er meer aan de hand was, had dit waarschijnlijk voorkomen kunnen worden.

 

Demiaan Denys (psychiater) beweert dat er teveel psychiaters zijn. Psychiaters moeten weer alleen ernstige psychische klachten gaan behandelen. De overige ‘lichte’ patiënten kunnen geholpen worden door hun buurvrouw, vrienden, dokter, het wijkteam, de dominee of de pastoor, aldus  Dirk de Wachter (een andere psychiater). Uit de bovenstaande ervaringen blijkt, dat bij mijn klachten opvang door de buurvrouw, vrienden, de dokter, het wijkteam, de dominee of pastoor totaal niet gewerkt heeft. Doordat die groep niet beschikt over voldoende kennis om tijdig op de juiste manier in te grijpen of door te verwijzen, lopen lichte klachten volledig uit de hand, en dán pas zie je de psychiater. De psychiater moet er zijn als het er werkelijk toe doet: als vastgesteld moet worden of het lichte klachten betreft of niet, zoals Demiaan Denys terecht constateert. Voorkomen is immers beter dan genezen?

 

Mijn verhaal staat niet alleen. Ook uit de evaluatie van de Jeugdwet blijkt dat. Zo hadden gemeenten bedacht dat men bakfietsmoeders met ondersteuning van wijkteams zou gaan inzetten voor gezinnen die problemen hadden met de opvoeding van hun kinderen. Op deze wijze zou voorkomen worden dat kinderen met ADHD of ASS gediagnosticeerd zouden worden en dan dure hulp nodig zouden hebben. Het resultaat was echter dat er te lang werd gewacht met doorverwijzen zodat de problemen van jeugd en jongeren zodanig escaleerden dat ze veel zwaardere hulp nodig hadden. Niet op tijd de juiste hulp betekent, zoals blijkt uit mijn verhaal, te leiden tot jeugdtrauma’s en het onderzoek dat Jim van Os aanhaalde (zie vorige blog) laat zien dat jeugdtrauma’s een belangrijke voorspeller zijn van ernstige psychische klachten. Geen wonder dat er veel psychiaters nodig zijn: het is dweilen met de kraan open als er steeds jeugdtrauma’s en hechtingsstoornissen ontstaan omdat er niet (goed) ingegrepen wordt en je pas een echte deskundige ziet als de heleboel volledig is geëscaleerd.

 

Kortom: er zijn wellicht voldoende of teveel psychiaters, maar je ziet ze niet als je ze nodig hebt: aan de voorkant.

 

Dus weg met de bakfietsmoeders, hello bakfietspsychiaters! Op weg om bij mensen thuis te kijken wat er aan de hand is met ouders en/of kind. Wat mij betreft bestaat het kerstpakket voor psychiaters, gz-psychologen en pedagogen dit jaar uit elektrische fiets en een regenpak. Goed voor de gezondheid van de psychiater (voorkomen van ziekteverzuim is één van de doelen van GGNet). Bovendien zal het werk aan de voorkant vast veel leuker zijn dan dweilen met de kraan open aan de achterkant (werkplezier is ook een doel van GGNet). Win-win-win!